Nieuws over 444

  • gedichtenvoorbeelden scholenproject
    Simon van der Geest (1978)
     
    Ik ben zo lenig door de warte
    eh, zo warrig door de lente
     
    Ben in de bladerbloesemwar
    en in de kiezelende stralenwar
    de gniechelende stikkewar
    de stommestillestarenwar
     
    Ik bloos me alle kleuren
    spruttel woorden uit mijn mond
    Ze strikkelen mijn lippen over
    donken languit op de grond
     
    Ik warrel en ik zwarrel maar
    ik krabbel wel een brief
    Zo hardop zeggen lukt me niet
    ik vind je veel te lief
     
    -------------------------------------------------------
     
    Joke van Leeuwen (1952). Een muurgedicht in een school in Leiden
     
    Ik voel me ozo heppie,
    zo heppie deze dag
    en als je vraagt: wat heppie
    als ik eens vragen mag,
    dan zeg ik: hoe wat heppie,
    wat heppik aan die vraag,
    heppie nooit dat heppieje
    dat ik hep vandaag?
     
    -------------------------------------------------------
     
    Kurt Schwitters 1923 (1887-1948) Duitsland
     
    Wij w88888888
    Wij w88888888
         W88888888
    Wij tr88888888
    Wij tr88888888
    Te blijven w88888888 !!!
    Stelt men ons opnieuw teleur
    Dan hebben wij nog een 8erdeur
    Wij w88888888
         W88888888
    tot?
     
     
     
    Judith Herzberg (1934)
     
    Het gaat goed, het gaat zijn gang.
    De eerste eenden zijn al uit het ei.
    Er zijn ook hele gekke bij, gevlekte.
    Honden lopen narcissen van de stelen.
    Jongetje komt, raapt ze op, bij bossen.
    Betrapt, zegt hij verlegen, verbazing-
    wekkend snel: dit is geen stelen
    ik neem alleen de losse.
    Kan het niet vaker zo raar voorjaars-
    achtig, wordend warmer, voller,
    wordend groener zijn?
    Ja het kan vaker.
    Het is al veel vaker dan vroeger.
     
    -------------------------------------------
    Willem Wilmink (1936-2003)
     
    Haar huis
     
    ‘k Fiets door haar straat. Waar zit toch mijn verstand?
    Haar huis is hier,
    nummer 204,
    ik zie hun kamer, waar het licht al brandt
     
    Stil op mijn fiets, handig als een coureur,
    neem ik hier gauw
    de zaak in ogenschouw.
    Een grote vrouw opent de kamerdeur.
     
    En ik besef: dat kan haar moeder zijn,
    affijn, je snapt,
    voordat ze me betrapt,
    sprint ik er snel vandoor. Geen centje pijn.
     
    Ik fiets en fiets maar door die saaie straat,
    en fluit maar wat. Je zou niet zeggen dat
    hier dagelijks zo’n heel mooi meisje gaat.
     
    Eind van de straat. Ik draai nog maar eens weer,
    kom weer voorbij
    haar huis, waar volgens mij
    niets is veranderd sinds de laatste keer.

    (geplaatst 14 november 2017)
    ----------
  • Op maandag 20, donderdag 23 en vrijdag 24 november verzorgen leden van Dichterskring Waterland lessen in het dichten op het Jan van Egmond College. In 10 verschillende klassen zullen ze vertellen hoe je inspiratie krijgt voor een gedicht, wat dichten is en welke soorten gedichten er zijn. Deze lessen zijn in het kader van de dichtwedstrijd voor scholen van het voortgezet onderwijs. Leerlingen van deze scholen kunnen een gedicht insturen over het thema 'Je bent jong en dicht wat'.
    (geplaatst 14 november 2017)
    ----------
  • DICHTWEDSTRIJD 444
    De spelregels voor de dichtwedstrijd 444 kunt u met deze link opvragen.
    (geplaatst 09 oktober 2017)
    ----------